Reiniging, desinfectie en sterilisatie in de openbare gezondheidszorg (Richtlijn)

Vastgesteld LOI: maart 2017.

Inleiding

Dit product is ontwikkeld voor artsen en verpleegkundigen werkzaam in de openbare gezondheidszorg, waaronder GGD’en. Deze handleiding kan worden toegepast in de dagelijkse praktijk. De informatie is afgestemd op de informatie van de WIP (geschreven voor klinische settings, zoals ziekenhuizen, revalidatiecentra) en het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid. Het is van belang de juiste methoden toe te passen en producten te gebruiken bij desinfectie ter bestrijding van desbetreffend micro-organisme. De producten moeten geregistreerd staan bij het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). In enkele gevallen kan er sprake zijn van een ander desinfectiebeleid; in dat geval vindt u dit in de LCI-richtlijn van het desbetreffende micro-organisme onder het kopje Desinfectie (bijvoorbeeld bij Clostridium difficile). Indien het micro-organisme bekend is, is het raadzaam de richtlijn hiervan te raadplegen.

1. Handhygiëne

Een van de meest voorkomende manieren waarop micro-organismen worden verspreid is via de handen. Er zijn twee manieren waarop u handhygiëne kunt toepassen. Door de handen te wassen met water en zeep of door de handen te desinfecteren met een handdesinfecterend middel. Hiervoor gelden de volgende aandachtspunten:

  • Wanneer de handen zichtbaar vuil zijn, moeten deze altijd gereinigd worden met water en vloeibare zeep en vervolgens gedroogd worden met een wegwerpdoekje. Gebruik bij zichtbaar vuile handen geen handdesinfectiemiddel; door zichtbaar vuil vermindert de werking. Wanneer de handen niet zichtbaar vuil zijn, kan worden gekozen tussen handreiniging of handdesinfectie. (NB. Voor sommige infectieziekten is afwijkend beleid bepaald. Dit wordt in betreffende LCI-richtlijn vermeld; voorbeeld: indien bekend is of vermoed wordt dat in een situatie Clostridium difficile aanwezig is moeten de handen worden gereinigd met water en zeep.) Desinfectie van niet-zichtbaar verontreinigde handen heeft de voorkeur boven reiniging; het heeft vaak een grotere kiemreductie.
  • Let op: pas handreiniging en handdesinfectie niet direct na elkaar toe. Door het beide te doen droogt de huid meer uit en beschadigt deze sneller. 
  • Gebruik alleen handdesinfectiemiddelen die zijn toegelaten door het Ctgb (zie bijlage 1).
     

Indicaties handhygiëne 
Vijf momenten van handhygiëne in de gezondheidszorg, uit de WHO-richtlijn:

  1. Vóór handcontact met de patiënt/cliënt of naaste.
  2. Vóór schone/aseptische handelingen.
  3. Na mogelijke blootstelling aan lichaamsvloeistoffen van de patiënt.
  4. Na handcontact met de patiënt/cliënt of naaste.
  5. Na handcontact met de omgeving van de patiënt (1,2).

Als de handen net voor het contact met een cliënt al gereinigd of gedesinfecteerd zijn, omdat men bijvoorbeeld net contact heeft gehad met een andere cliënt, dan hoeft dat niet opnieuw te gebeuren. Moment 1) en 4) vallen dan als het ware samen.

Algemene momenten volgens Toolkit Hygiëne, onderdeel handen wassen :

  • voor het (klaarmaken van) eten;
  • na een toiletbezoek (handenreiniging);
  • na het verschonen van een kind (handenreiniging);
  • na het aaien of knuffelen van (huis-)dieren;
  • na het buitenspelen (handenreiniging);
  • na het schoonmaken. Dus ook nadat je een vaatdoekje hebt gebruikt;
  • na hoesten, niezen of het snuiten van de neus.
     

Pas altijd handreiniging toe in plaats van handdesinfectie na een toiletbezoek (1) en na het verschonen van een luier zonder handschoenen.

Referenties hoofdstuk 1

  1. WIP-richtlijn Handhygiëne medewerkers (ZKH). Versie 2012.
  2. World Health Organization (WHO), WHO Guidelines on Hand Hygiene in Health Care, WHO 2009, versie 11.02015, Genève, Zwitserland.

2. Reiniging

Reinigen, ook wel schoonmaken, is het verwijderen van zichtbaar vuil en onzichtbaar organisch materiaal om te voorkomen dat micro-organismen zich kunnen handhaven, vermeerderen en verspreiden. De keuze voor nat of droog reinigen is afhankelijk van de aard van de vervuiling en de ruimte. (1) Er komt veel kijken bij een goede schoonmaak. Als er verkeerd wordt schoongemaakt kunnen er micro-organismen achterblijven of zelfs verspreid worden. Geef iedereen die schoonmaakt instructie over de manier van schoonmaken en de middelen die ze hiervoor moeten gebruiken. (2) 

2.1 Schoonmaakschema’s 

Werk volgens een schoonmaakschema. Beschrijf hierin hoe vaak elk onderdeel schoongemaakt moet worden en op welke manier. Schoonmaakschema’s kunt u vinden in de richtlijnen op de website van het LCHV waarbij in de desbetreffende richtlijn afgestemd op een aandachtsgebied de normen staan beschreven over bijvoorbeeld de frequentie. 

2.2 Techniek en materiaal 

Techniek 

  • Maak eerst ‘droog’ (afstoffen, stofzuigen) schoon en daarna ‘nat’ (vochtig doekje, stomen, dweilen). 
  • Maak schoon van ‘schoon’ naar ‘vuil’ en van ‘hoog’ (bijvoorbeeld bovenop een kast) naar ‘laag’ (bijvoorbeeld een vloer). 
  • Droge reiniging van de vloer en materialen volstaat wanneer bevuild met niet aangehechte, vaste materialen zoals stof en zand. 
  • Natte reiniging is nodig bij aangehecht vuil en natte verontreiniging, zoals bloed, urine en speeksel. Voor indicaties voor desinfectie zie 2.4
  • Methoden voor droog en nat reinigen staan beschreven in 2.3 en 2.4
     

Materiaal 

  • Gebruik schoon schoonmaakmateriaal. Vervang schoonmaakmaterialen en sopwater als deze zichtbaar vuil zijn. 
  • Voor alle methoden van reiniging wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van wegwerpmaterialen. Op deze manier wordt uitgroei van micro-organismen en opeenhoping van stof en vuil zoveel mogelijk voorkómen. Bij gebruik van niet-wegwerpmaterialen worden deze direct na gebruik afgevoerd om gewassen te worden. In 2.5 staat meer informatie over het onderhoud van schoonmaakmaterialen. 
  • Maak alleen schoon met middelen die ook daadwerkelijk als schoonmaakmiddel worden verkocht. Gebruik de middelen volgens de instructies op de verpakking, pas ze alleen toe waarvoor het ontwikkeld is. Een allesreiniger is bijvoorbeeld niet toepasbaar bij het ontkalken. Zepen hebben als nadeel dat ze in hard water onoplosbare kalkzepen vormen en dat ze in zuur milieu inactief zijn. Groene zeep is een minder geschikt schoonmaakmiddel omdat het een vet laagje achterlaat. Dat vette laagje is een voedingsbron voor bacteriën en stof blijft erin plakken. Gebruik bij voorkeur een allesreiniger. 
  • Draag handschoenen bij het schoonmaken van voorwerpen of oppervlakken waar lichaamsvloeistoffen op (kunnen) zitten, zoals sanitaire ruimten. Kan uw kleding bij het schoonmaken in contact komen met lichaamsvloeistoffen, zoals bloed, urine, ontlasting, speeksel e.d.? Draag dan ook een wegwerpschort. Gooi de handschoenen en het schort weg na het schoonmaken en pas daarna handhygiëne toe.
     

Microvezel 
Tegenwoordig wordt er steeds meer gebruik gemaakt van microvezeldoekjes. Doordat de vezels in deze doekjes zijn gesplitst, hebben microvezeldoekjes een veel groter oppervlak dan katoenen schoonmaakdoekjes. Zo kunnen microvezeldoekjes vuil en ziekteverwekkers veel beter opnemen dan gewone schoonmaakdoekjes. U kunt microvezeldoekjes zowel droog als vochtig gebruiken. Raadpleeg het gebruiksvoorschrift van de fabrikant voor het juiste gebruik en reiniging van de doekjes. 

2.3 Droog reinigen 

Definities: 

  • Stof afnemen 
    Met een stofbindende of vochtige (wegwerp)doek stof verwijderen van meubilair en voorwerpen. Gebruik van stofdoeken wordt afgeraden omdat daarmee stof en ziektekiemen in de lucht worden verspreid. (1) 
  • Stofzuigen 
    Met een stofzuiger het tapijt en andere poreuze vloeroppervlakken schoonzuigen, waarbij ook het onzichtbare (diepliggende) vuil verwijderd wordt. Let wel dat er stofdeeltjes dwarrelen bij het stofzuigen. 
  • Stofwissen 
    Met behulp van een stofwisapparaat en een stofbindende wegwerpdoek of microvezeldoek stof en losliggend vuil verwijderen. Dit heeft sterk de voorkeur op gladde vloeren, ook in verband met het verwijderen van deeltjes die allergische reacties kunnen veroorzaken. Bij verontreiniging met zand, kruimels e.d. kan voor het stofwissen eerst geveegd worden. (1) 
  • Vegen 
    Met een bezem een gladde vloer schoonmaken. Het nadeel van vegen is dat het vuil grotendeels wordt verplaatst. Een gladde vloer daarom lie­ver stofwissen. 

2.4 Nat reinigen

Nat reinigen doe je met een huishoudelijk schoonmaakmiddel, een allesreiniger. Gebruik het middel dat voor het type vervuiling ontwikkeld is. Gebruik de middelen volgens de instructies op de verpakking.(2)

Oppervlakken en materialen die zijn verontreinigd met bloed of bloedbijmenging moeten gedesinfecteerd worden. Voor locaties waar professionele zorgverlening plaatsvindt, zoals zorginstellingen, geldt dat er ook gedesinfecteerd moet worden bij verontreiniging met andere lichaamsvloeistoffen dan bloed. Zie voor meer informatie: 3. Desinfectie

Meubilair en voorwerpen 

Reiniging met (wegwerp) sopdoeken met een zeep- of synthetisch reinigingsmiddel. (1) Niet glad, afneembaar meubilair moet droog gereinigd worden met behulp van een methode uit 2.3

Vloeren 

Schoonmaken met een twee-emmersysteem met mop (dweil aan een stok) en pers, zodat er een scheiding tussen ‘schoon’ en ‘vuil’ water is. Het schone water bevat een allesreiniger.

Werkwijze: 

  • Voordat de vloer nat wordt schoongemaakt altijd eerst stofwissen, vegen of stofzuigen. (zie 2.3
  • Na het soppen van de vloer de mop uitpersen in de vuile emmer. 
  • De vloer blijft na reiniging nat achter en is korte tijd onbegaanbaar. 
  • Soms kan afhankelijk van de omstandigheden, bijvoorbeeld bij grote oppervlakken, de voorkeur worden gegeven aan het gebruik van een schrob-/zuigmachine. (1) 

Sanitair 

Sanitair is te onderscheiden in ‘schoon’ (wastafel, tegels) en ‘vuil’ sanitair (binnenkant toiletpot, toiletbril en lage tegels naast de toiletpot). Reinig van ‘schoon ‘ naar ‘vuil.’ 

Werkwijze: 

  • Gebruik bij dagelijkse reiniging van schoon en vuil sanitair een allesreiniger of alkalisch reinigingsmiddel. Voor preventie en verwijderen van kalkaanslag wordt een zuur (ontkalkings)middel gebruikt. (Volg voor de frequentie het advies op van de fabrikant en laat de intensiteit van ruimtegebruik hierin meespelen) (1) 

2.5 Onderhoud schoonmaakmateriaal

Het is belangrijk de schoonmaakmaterialen dagelijks en/of na de werkzaamheden op de juiste wijze te reinigen, te drogen, op te ruimen en indien nodig te vervangen. (1,2) Zo kan men voorkomen dat oppervlakken en voorwerpen besmet raken door het gebruik van vuil schoonmaakmateriaal. Gebruik hiervoor een schoonmaakschema, een voorbeeld vind je hier.

Daarnaast gelden de volgende regels:

  • Was schoonmaakmaterialen zoals moppen en doeken na gebruik op 60°C. Laat ze daarna drogen aan de lucht of in een wasdroger. Of gebruik wegwerpmaterialen en gooi deze direct na gebruik weg.
  • Maak schoonmaakmaterialen die niet in de wasmachine kunnen en niet weggegooid worden, zoals emmers en trekkers, na gebruik schoon en spoel ze af met water. Maak de materialen daarna handmatig droog met een theedoek, laat ze drogen op een schone ondergrond of hang ze op om te drogen (trekkers). Laat natte schoonmaakmaterialen na gebruik nooit in emmers achter, om te voorkomen dat ziekteverwekkers uitgroeien.
  • Zijn de schoonmaakmaterialen die handmatig worden gereinigd gebruikt bij het opruimen van bloed of andere lichaamsvloeistoffen met zichtbare bloedsporen? Dan moeten ze nadat ze zijn schoongemaakt ook worden gedesinfecteerd. (zie hoofdstuk 3)
  • Vervang het filter van de stofzuiger zo vaak als de fabrikant voorschrijft.
  • Berg schoonmaakmaterialen en -middelen op in een speciaal daarvoor bestemde opslagruimte.
  • Zie voor aanvullende informatie de Hygiënerichtlijn voor Publieksvoorzieningen. (2) 

2.6 Reiniging van instrumenten 

Reinigen van medische hulpmiddelen voor hergebruik is per definitie altijd een vochtige reiniging die zowel op indicatie handmatig als/of machinaal plaatsvindt. Door handmatig te reinigen op indicatie en door het bij voorkeur te laten volgen door machinale reiniging is het proces te standaardiseren en te valideren. Daarnaast is machinaal reinigen minder belastend voor de medewerker en vermindert het de kans op incidenten of spatten waarbij blootstelling aan biologische agentia mogelijk is. Zie voor meer informatie de WIP-richtlijn Reiniging, desinfectie en sterilisatie van medische hulpmiddelen voor hergebruik.

Referenties hoofdstuk 2

  1. WIP-richtlijn Reiniging en desinfectie van ruimten, meubilair en voorwerpen (ZKH). Versie 2009.
  2.  Hygiënerichtlijn voor Publieksvoorzieningen. Versie 2014.
  3.  WIP-richtlijn Reiniging, desinfectie en sterilisatie van medische hulmiddelen voor hergebruik (ZHK). Versie 2017.

3. Desinfectie

Desinfectie is het thermisch of chemisch doden of inactiveren van micro-organismen waarbij het aantal micro-organismen wordt teruggebracht tot een aanvaardbaar niveau. (1) In dit hoofdstuk komen de chemische desinfectie van oppervlakken en materialen, thermische desinfectie van instrumenten voor semi-kritische handelingen en textiel aan de orde.

3.1 Chemische desinfectie van oppervlakken en materialen

Indicaties voor desinfectie: oppervlakken en materialen die zijn verontreinigd met bloed of bloedbijmenging. (1,2) Voor locaties waar professionele zorgverlening plaatsvindt, zoals zorginstellingen, geldt dat er ook gedesinfecteerd moet worden bij verontreiniging met andere lichaamsvloeistoffen dan bloed. Raadpleeg hiervoor ook de richtlijnen die van toepassing zijn binnen uw werkveld, bijvoorbeeld de richtlijnen van de WIP en het LCHV.

In Nederland mogen oppervlakken en materialen, anders dan medische instrumenten (er bestaan desinfectiemiddelen voor specifieke medische instrumenten; deze middelen zijn voorzien van een CE-markering en mogen alleen voor het instrument gebruikt worden waarvoor het op de markt is gebracht; zie tevens 3.2), alleen chemisch gedesinfecteerd worden met middelen die hiervoor zijn toegelaten door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) (zie bijlage 1 voor meer informatie).

Let bij het gebruik van middelen voor chemische desinfectie voor oppervlakken en materialen op het volgende:

  • Desinfecterende middelen werken onvoldoende als iets nog vuil, stoffig of nat is. Reinig eerst het oppervlak/materiaal en zorg ervoor dat het niet meer nat is voordat je doorgaat met de volgende stap, desinfectie. Desinfecteer alleen met middelen die zijn toegelaten door het Ctgb ( zichtbaar door de aanwezigheid van een Nnummer op het etiket) met inachtneming van het gebruiksvoorschrift van het middel. Het middel moet geschikt zijn voor het materiaal en de bestrijding van het desbetreffende micro-organisme/groep van micro-organismen (zie de gebruiksaanwijzing van het middel en zie bijlage 1 voor meer informatie).
  • Draag bij het desinfecteren altijd wegwerphandschoenen en pas na afloop handhygiëne toe, zoals beschreven in hoofdstuk 1. Draag ook een nietvochtdoorlatend schort als de kleding vervuild (of nat) kan raken via het te desinfecteren oppervlak of materiaal.

Grote oppervlakken 

Voor het desinfecteren van grote oppervlakken (>0,5m²) wordt een desinfectiemiddel met een virusclaim of een product met chloorverbinding geadviseerd. Kleine oppervlakken mogen ook met chloor gedesinfecteerd worden maar een product op alcoholbasis geniet de voorkeur. Gebruik bij voorkeur chloorpreparaten op basis van natriumdichloorisocyanuraat, deze zijn stabieler en werken sneller dan andere preparaten. (2) Gebruik chloortabletten in een dosering van 1000 ppm chloor bij desinfectie van virussen zoals bij bijvoorbeeld de aanwezigheid van bloed(bijmenging). Bij bacteriën volstaat 250 ppm.

Er zijn drie soorten chloorpreparaten in gebruik:

  1. middelen op basis van natriumdichloorisocyanuraat
  2. middelen op basis van natriumhypochloriet
  3. middelen op basis van de N-chloorverbindingen monochlooramine en tosylchlooramide, hier verder te noemen ‘chloor’. Het desinfectievermogen van hypochloriet (=bleekwater) loopt in verdunde oplossing snel terug en de werkzaamheid van Tosylchlooramide is traag en daarom ongeschikt voor de desinfectie van met bloed verontreinigde oppervlakken. De voorkeur gaat dus uit naar het gebruik van Natriumdichloorisocyanuraat (=tabletten).

Gebruik een desinfectiemiddel met een virusclaim, deze claim staat beschreven in de handleiding van het desinfectiemiddel op de site van het Ctgb.

Gebruik onderstaand schema om de juiste chlooroplossing te verkrijgen. Let op: onderstaand schema is gebaseerd op de hoeveelheid werkzaam chloor per tablet. Dit wijkt af van het totale gewicht van een tablet. (3)

tabletten

aantal tabletten

watervolume (in liters)

ppm

à 1,0 g werkzaam chloor

1

1

1000

à 1,5 g werkzaam chloor

2

3

1000

 

3.2 Thermische desinfectie van instrumenten (voor hergebruik)

Thermische desinfectie is bedoeld voor instrumenten en materialen die voor non-invasieve ingrepen gebruikt worden. Instrumenten die voor invasieve ingrepen gebruikt worden, moeten steriel zijn. Invasieve ingrepen zijn ingrepen waarbij de huid- en of slijmvliesbarrière wordt doorbroken; het instrument komt hierbij in contact met bloed, wondvocht of de slijmvliezen van een persoon. Indien de instrumenten niet steriel zijn kunnen ziekteverwekkers worden overgedragen, zoals het hepatitis B- of C-virus of hiv.Voor informatie met betrekking tot desinfectie van instrumenten gebruikt in een instelling wordt geadviseerd gebruik te maken van de WIP-richtlijn: Reiniging, desinfectie en sterilisatie van medische hulpmiddelen voor hergebruik (ZKH) De fabrikant behoort instructies bij het medisch instrument te leveren hoe het gereinigd en gedesinfecteerd dient te worden. (2)

Machinale thermische desinfectie van instrumenten

Gebruik voor thermische desinfectie van medische instrumenten apparaten die voldoen aan de norm NENEN-ISO 15883. Plaats de instrumenten in de desinfecterende wasmachine en volg de handleiding van de fabrikant voor het gebruik van de machine, de handleiding van de fabrikant van het medische hulpmiddel en de toepassing voor thermische desinfectie van instrumenten.  

In Nederland is de gebruikelijke desinfectietemperatuur van wasmachines 90 °C met een desinfectietijd van één minuut. (2) De wasmachine die gebruikt wordt moet wel aan de hierboven beschreven NEN-norm voldoen. Gedetailleerde en aanvullende informatie staat in de WIP-richtlijn: Reiniging, desinfectie en sterilisatie van medische hulpmiddelen voor hergebruik (ZKH) (2) Hierin staat ook meer informatie over het bepalen van de temperatuur en tijd waarop de machine ingesteld moet worden.

Aanbieding

Wagtail WFP Wave 37 cm € 85,00 € 79,50

Nieuwsbrief

Meld u aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden

Winkelwagen

Geen artikelen in winkelwagen.
© 2015 - 2018 ACS webwinkel, voor de professionele glazenwasser en schoonmaker. | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel
Voor een correcte werking maakt deze website gebruik van cookies. Accepteren Meer informatie
Wat is een cookie? Een cookie is een klein tekstbestand dat bij je bezoek aan een website naar je computer wordt gestuurd. Zowel deze website als andere partijen kunnen cookies plaatsen. Waar worden cookies voor gebruikt? Deze website gebruikt cookies om het gebruiksgemak en de prestaties van de website te verbeteren. Met behulp van cookies zorgen we er onder andere voor dat je bij een bezoek aan onze site niet steeds dezelfde informatie ontvangt of moet invoeren. Cookies maken het surfen op de site dus een stuk prettiger. Er bestaan verschillende typen cookies. Deze website maakt gebruik van permanente cookies en sessie cookies. Permanente cookies: Hiermee kan de website speciaal op jouw voorkeuren worden ingesteld. Bijvoorbeeld om jouw toestemming tot het plaatsen van cookies te onthouden. Hierdoor hoef je niet steeds jouw voorkeuren te herhalen waardoor je tijd bespaart en gemakkelijker door de webwinkel navigeert. Permanente cookies kun je verwijderen via de instellingen van je browser. Sessie cookies: Met behulp van een sessie cookie kunnen we zien welke onderdelen van de website je met dit bezoek hebt bekeken. Wij kunnen de webwinkel daardoor zoveel mogelijk aanpassen op het surfgedrag van onze bezoekers. Deze cookies worden automatisch verwijderd zodra je jouw browser afsluit. Met welk specifiek doel plaatst deze website cookies? Deze website plaatst cookies om de volgende redenen: Winkelwagen (functionele cookie): Onthouden welke producten in je winkelmandje liggen. Zonder deze cookie kun je geen producten bestellen of in je winkelmandje plaatsen. Cookiekeuze (functionele cookie): Onthouden of je ons toestemming hebt gegeven tot het plaatsen van cookies. Google Analytics (tracking cookie): Meten hoe je de website gebruikt en hoe je ons hebt gevonden en hier met rapportages inzicht in proberen te verkrijgen. Google AdWords (tracking cookie): Meten we hoe je de website gebruikt en hoe je ons hebt gevonden. Deze kennis gebruiken we om onze AdWords campagnes te verbeteren. Facebook (Social Media cookie): Met deze cookie is het mogelijk om onze Facebook pagina te 'liken'. Deze button werkt door middel van code die van Facebook zelf afkomstig is. Twitter (Social Media cookie): Met deze cookie is het mogelijk om onze Twitter pagina te volgen. Deze button werkt door middel van code die van Twitter zelf afkomstig is. AddThis (Social Media cookie): Met deze cookie is het mogelijk om onze content te delen via Facebook, Twitter, Hyves en diverse andere social media websites. Affiliate marketing (marketing cookies): Deze cookies gebruiken wij om partnersites (affiliates, zoals Daisycon, TradeTracker en Cleafs) te belonen voor hun bijdrage aan de verkoop. Review sites (marketing cookies): Wij worden graag door klanten beoordeeld. Hiervoor gebruiken we een review site zoals The Feedback Company. Deze plaatst cookies voor een juiste werking. Hoe kan ik cookies beheren of verwijderen? Meestal kunnen cookies worden beheerd, bewerkt en verwijderd via je browser. Meer informatie over het in- en uitschakelen en het verwijderen van cookies kan je vinden in de instructies en/of met behulp van de Help-functie van jouw browser.

Om deze webwinkel te bezoeken moet u 18 jaar of ouder zijn.